Het moet Anders - Time to Change

English translation below

De veranderende wereld van de Nederlandse koe

In 2015 werd ik gebeld door het Nederlands Fotomuseum. Ik mocht een eigentijds beeld geven naast werk uit hun collectie. Het heden begrijpen we beter als we het verleden ernaast zien. Dat idee. Dit was het moment om iets te gaan doen met mijn ervaringen op de boerderij. In al die jaren had ik, behalve wat privéfoto’s en -filmpjes, weinig daarvan in beeld gebracht. Alleen Schapen tellen had ik bij Jaap op de boerderij gemaakt, een kinderboek dat in 2007 was uitgebracht. Uit het archief van het fotomuseum koos ik
de foto’s uit het boek Rundvee van fotograaf Cas Oorthuys. Daar wilde ik wel een eigentijds beeld naast zetten. Het melkquotum ging eraf, ik ging de veranderende wereld van de Nederlandse koe in beeld brengen. Door de naoorlogse schaalvergroting in de landbouw hadden we een grens bereikt. Het beeld over onze koeien was gaan kantelen. We zaten midden in een wereldwijde discussie over een verantwoord evenwicht tussen voedselproductie en goed rentmeesterschap.

Wij zitten twee keer per jaar een week op de boerderij en dan is er altijd een hulp. Jaap en Annelies zijn dan met dochter Suzan op vakantie, wij zitten in hun huis en passen op de boerderij. Het is een gemiddeld bedrijf met zo’n 85 melkkoeien en 54 hectare land. In de loop der jaren heb ik een boel geleerd en ik zou intussen een aardig eind komen. Maar een boer ben ik niet.
 En de verantwoordelijkheid voor het bedrijf wilden we niet. Vandaar die hulp. Meestal is het een jongen die de boerderij van zijn vader gaat overnemen. Als dat is gebeurd, komt de volgende hulp. De eerste, in de winter van 2000, was René. Na René waren we via Dirk, Richard, Christiaan, Gijs en John aanbeland bij Bram. Hij komt zelf niet van een boerderij, maar verhuurt zich als dienst-verlener aan melkveehouders. Het meeste heeft hij geleerd van oudere boeren. Hij hoort graag hoe zij het vroeger deden. Jaap Hemke staat op p64 van mijn boek Hollandse Velden met een bal boven zijn hoofd, op punt van ingooien. De stolpboerderij van Jaap ziet er net zo uit als die boerderij op de achtergrond. Hij staat aan dezelfde weg, maar dan een halve kilometer naar rechts. Die foto maakte ik in februari 1996 op het veld van A.G.S.V. in Aartswoud. In dat jaar waren zijn ouders naar een aanleunwoning in het dorp verhuisd. Vier jaar voor die ingooi had Jaap het bedrijf van zijn vader overgenomen.

Jaap en ik raakten bevriend toen ik een paar jaar later oorspronkelijke voetballers zocht
 voor een reclamecampagne van het Algemeen Dagblad. Jaap wilde op een doordeweekse dag wel even tijd vrijmaken. Na een paar slidings op het lege veld, zodat er wat modder op de dijen zat, schoot ik een filmpje vol. Een week later ging ik terug om het resultaat te laten zien. Edith ging mee. Het was maart, lammertijd. Jaap zei tegen haar: ‘Trek die overall en laarzen maar aan, daarna kun je voelen of ze goed liggen.’ Binnen twintig minuten had Edith twee lammetjes de wereld op geholpen. Dat najaar belde hij op. Of wij in januari een week op de boerderij wilden passen. Dat deden we graag.

Het boek Rundvee was in 1948 verschenen in opdracht van het Ministerie van Landbouw. Het laat de melkveehouderij net na de Tweede Wereldoorlog zien. De boeren zitten dan nog op een krukje in het land te melken. Ze hebben gemiddeld tien koeien. Zulke aantallen hadden boeren in de zeventiende eeuw ook al. Maar de sprong voorwaarts zit eraan te komen, dat zie je achter in het boek. Oorthuys is erbij als er voor het eerst mechanisch wordt gemolken. Aan de andere kant van de oceaan deden ze dat al voor de oorlog. Maar daarna verschenen ook hier mobiele melkinstallaties in de weilanden. Blinkende trommels werden onder de koeien gehangen, via buizen verdween de melk in een tank. Als aandrijving werden jeeps gebruikt die na de oorlog door de Canadezen waren achtergelaten.

In die tijd wist de overheid van de boer alleen via de jaarlijkse meitelling wat er op het bedrijf gebeurde. Ieder jaar in mei nam een landbouwinspecteur plaats achter een tafeltje in het plaatselijke café. De melkveehouders kwamen een voor een langs en vertelden met een borrel erbij hoeveel koeien en hoeveel hectare land 
ze hadden, en hoeveel die opbrachten. 
Alle gegevens werden met de hand genoteerd in verzamelstaten per provincie. Zo kreeg het landbouwbeleid in Den Haag gestalte. Vandaag de dag kijkt de overheid letterlijk van bovenaf mee naar de percelen via de satelliet. Tot in Brussel weet men precies hoeveel mineralen er op het bedrijf worden aan- en afgevoerd. Alles moet tot in detail worden opgegeven.
Bij Jaap hangt boven zijn bureau in de bijkeuken een plank. Daarop staat een groeiende rij mappen met kringloopwijzers, kuilonderzoeken, uitslagen van de gezondheidsdienst, uitslagen van grondmonsters, exterieuruitslagen, bonnen voor de mestboekhouding, uitslagen van de melkcontrole, de fosfaatreferentie, afschriften van toeslagrechten, documenten over het weidevogelbeheer, en ga zo maar door.

Omdat wij steeds meer melk van haar willen belandt de koe in een kettingreactie van onnatuurlijke situaties.
Dat begint al bij de geboorte. We trekken het kalf de wereld in en nemen het mee. Een koe worden bezwangerd via inseminatie; haar baarmoeder wordt gespoeld om bevruchte eicellen terug te winnen; ze wordt gemolken in een robot; behandeld met een slijptol in een klauwbekapmachine; gevoerd door een robot; gemonitord door sensoren. Koeien worden gestyled door een cowfitter; haar poten worden net zolang verzet tot ze goed staan voor een foto; en binnenkort wordt ze op afstand bestuurd via een gps-systeem.
Deze opsomming werkt als een uitvergroting. Bij ieder beeld kun je je afvragen: waar kijken we naar, waar beweegt dit naar toe? Het zijn niet de melkveehouders die deze kettingreactie veroorzaken, dat is te makkelijk. Wij zijn het zelf.

The Changing World of the Dutch Cow

In 2015, I got a call from the Nederlands Fotomuseum (the Dutch photography museum in Rotterdam). I was commissioned to make 
a contemporary image alongside a work from their collection. People would understand the present better if we would put it next to the past. That was the idea. This was the moment to use my experiences at the farm. In all those years I had hardly photographed any of it, other than a few private shots and films. The only thing I had produced at Jaap’s farm was Schapen tellen (Counting sheep),
a children’s book, published in 2007.

From the photo museum’s archives, I picked some pictures from the book Rundvee (Cattle) by photographer Cas Oorthuys. I wanted to give a contemporary picture alongside his images. The milk quota would stop, I wanted to paint a picture of the changing world of the Dutch cow. The post-war upscaling of farming had reached its limits. The image we had of our cows was changing dramatically. We were in the middle of a worldwide debate on a proper balance between food production and good stewardship.

Twice a year we’re at the farm for a week, and there’s always help at hand. Jaap and Annelies are on holiday with their daughter Suzan and we’re taking care of their farm. It’s an average farm with some 85 dairy cows and some 130 acres of land. Over the years, I’ve learned a lot, and by now I could manage quite well on my own.
But I’m not a farmer, and we don’t want to take full responsibility for the farm. Hence the farmhand. Usually it’s a lad who will be taking over his father’s farm in due time. And when he does, a new farmhand will appear on the scene. The first one, in the winter of 2000, was René. After René we had Dirk, Richard, Christiaan, Gijs and John, and now we’d arrived at Bram. He’s not from a farm himself, but he hires himself out to assist dairy farmers. Most of what knows he has learned from older farmers. He loves to hear how they did things in the past.

Jaap Hemke is pictured on p64 of my book Hollandse Velden (Dutch Fields), with a football over his head, on the point of doing a throw-in. I took the picture in February 1996 at the A.G.S.V. soccer pitch in Aartswoud. Jaap’s farm looks exactly like the one in the background. It’s on the same road, half a kilometre to the right. His parents had just moved to a service flat in the village. Jaap had taken over the farm from his father four years before this throw-in.

Jaap and I became friends when I was looking for original soccer players for an ad campaign in the Algemeen Dagblad newspaper. Jaap could get some time off during the week for me. He made
a couple of sliding-tackles on the empty pitch, so he would have some dirt on his thighs, and I ended up shooting an entire film.
A week later I returned to show him the results. Edith went along with me. It was in March, the lambing season. Jaap said to her: ‘You’d better put on these overalls and those boots, so you can feel if they’re positioned all right.’ Within twenty minutes Edith had helped to deliver two lambs.

In the autumn he rang. If we’d be prepared to take care of his farm for a week in January. So we did, and we would be doing it time and again.
Rundvee (Cattle), published in 1948, was commissioned by the Dutch Ministry of Agriculture. It shows the world of dairy farming shortly after the Second World War. The farmers are still milking their cattle on a stool in the field. On average they’ve got ten cows. Those are roughly the same numbers farmers had in the 17th century. But they’re on the brink of a leap forwards, you can see that towards the end of the book. Oorthuys is present when the first mechanical milking is being done. On the other side of the ocean they had been doing this before the war. Soon enough mobile milking equipment started appearing in the Dutch pastures. Shiny drums were attached underneath the cows, and through tubes the milk ended up in a tank. The machines were powered by jeeps left behind by the Canadian military after the war.

In those days the authorities only had the annual May count to go
by to know what went on in farms. Every year in May an agricultural inspector took his position behind a table at the local pub. One by one, the dairy farmers came to see him and told him over a drink how many cows and how many acres of land they had, and what their yield had been this year. All data were taken down by hand in summary lists per province. And this is how the government shaped its agricultural policies. Nowadays the authorities literally look on from above at the parcels, by satellite. Even in Brussels they know exactly how many minerals are brought to and taken from the farm. Everything needs to be specified in detail. In Jaap’s farm there’s a shelf over his desk in the scullery. On it, is an impressive row of folders containing nutrients recycling assessments, pit inspection results, health inspection results, soil sample results, exterior results, receipts for fertilization accounts, milk control results, phosphate references, statements of payment entitlements, documents about meadow bird conservation, and so on.

Because we want to get more milk from a cow, she ends up in a chain reaction of unnatural situations.
It starts at birth. We pull the calf out into the world and take it from the cow. A cow is impregnated by means of insemination; her uterus is washed out to regain fertilized oocytes; she’s milked by a robot; she’s treated with a grinder in a claw trimming machine; monitored by sensors. Cows are being groomed by a cow fitter; their legs are being moved until they finally look good in a picture. And in the near future they will be remotely controlled with a GPS system.
The above list works like an enlargement. With every picture you may ask yourself: What are we looking at? Where is this going? It’s not the dairy farmers causing this chain reaction. It’s us.

 


start slideshow

Het moet Anders - Time to Change
Sale, Damwoude, 2015 p.14-15
1 / 0